Wednesday, June 22, 2011

Het perron

Ze lopen in de richting van het perron. Hun blikken dwalen onrustig langs bomen en daken, hun handen glijden in en uit jaszakken. Wanneer ze blijven staan, kruipen de centimeters een voor een tussen hen in. Zij kijkt op haar horloge, hij zoekt de trein die nog minstens acht minuten niet zal komen.

Seconden tikken weg. Elk om beurt openen ze hun mond, om hem vervolgens weer te sluiten. Hij kijkt naar haar terwijl zij aan de horizon naar woorden zoekt, haar ogen glijden langs zijn gezicht wanneer hij de tegels bestudeert. De woorden blijven uit.

Uiteindelijk maakt hij een grapje. Het ijs vertoont barsten, maar breekt niet. De spanning blijft ijzig in de lucht hangen. Hun monden lachen, maar hun ogen staan dof. Opnieuw wordt het stil.

Wanneer de trein het station binnenrijdt, komt de paniek. Haar ogen sperren zich open, zijn handen klampen zich vast. Te weinig tijd, te veel te zeggen. Ogen vullen zich met tranen, handen blijven krampachtig mouwen vasthouden. Hoofden worden geschud, troost wordt weggewuifd. Hij stapt op en rijdt het station uit, zij loopt langzaam weg. Het verdriet laat zijn voetafdrukken na op de tegels

No comments:

Post a Comment