Friday, January 10, 2014

*

Ze lachtte. Naar mij, lachtte ze. Ze vertelt me haar leven, dat doet ze altijd. Dan vertel ik haar mijn leven, en we lachen. Lachen met, of zonder een traan. We lachten onze tanden bloot om elkaars flauwe, levenloze grappen. We zetten twee keer thee, eten een appel. Droge ogen, lang leve de verloren dromen. We maakten er een feest van, we dansten op denkbeeldige muziek, de ballonnen waren grijs.

Het regent, zitten we dan in onze pyjamas op de bank. Gewoon omdat het kan zolang we nog sarcastische grappen kunnen maken. Zijn we mooi? Vind je ons mooi? We schilderen onszelf in jurken, trekken gekke hoofden en leggen het vast op de gevoelige plaat. Kerstmis. Eeuwige foto's, oneindig lang foto's. Gezellig, als het even kan. En we stoppen niet met lachen om die ene opmerking van dat ene meisje, net zomin als de zon stopt met schijnen. Een blik is genoeg, spreekt meer woorden dan de koningin met kerst. Vallen doen we, opstaan. Handen genoeg hoor, ik heb altijd een hand voor jou. Geef me je hand, en weg rennen. Buiten adem, slappe lach, sterke tranen. kruipen, want dat voelt zo vreemd. Vreemd, zijn we. 'Nee niet vreemd, gewoon bijzonder'. Let me love you dansjes, party’s, overal confetti en een hoop liefde. Wij zijn bijzonder. Geen mens zoals wij, want dat zou er één te veel zijn. Geven, praten. huilen, dat houdt het spannend, zo'n vriendschap. Zo hier en daar misschien een onuitgesproken gevoel, maar niets houdt ons tegen. Want wij zijn bijzonder. Ik kan niet zonder, 'het geeft niet, ik snap je en dat veranderd niet zomaar' zegt ze, 'door dik en dun'. En die zon maar schijnen, de zon stopt niet met schijnen.

Heldendaad.

Zonder het te weten heb je een heldendaad verricht.
Alsof ik toch een beetje iemand was
mijn gezicht verlicht
Zonder het te weten
heb je mij verteld
dat ik er ben.

Sunday, September 22, 2013

Onzekerheid op de top, gevoel voor richting is er niet. Sappige spagetti kronkels in je hoofd.
Grote lege vlakte, niets is zeker. De enige hou vast is de controle die zelfs een vreemde
in je donkere aura kan voelen.

Leven van dag tot dag, geen idee wat morgen bregen zal. leven maakt plaats voor overleven.
Lichaam zo koud als ijs, gedachtens zo warm als vuur. Twee totaal verschillende dingen die
in deze context zoveel gemeen hebben.

Sunday, October 21, 2012

Verloren



Koude glimlach, flauwe glimlach. Dat is alles wat ik krijg. Als je uitademd, zie je de lucht. Maar de lucht kan je niet zien, zelfs niet als je het echt wil. Als je iets echt wil, dan kan het? Ik heb altijd al echt willen vliegen, mijn beide voeten kwamen nooit meer dan een meter van de grond. Aan de grond genageld, sta ik. Samen met de rest, de rest van de mensen die iets echt wilden. Allemaal bedrogen. We bouwden een hut, daar gingen we de rest van ons leven in een hoekje zitten huilen. We lachten onze tanden bloot om elkaars flauwe, levenloze grappen. We zetten koffie, we keken elkaar voortdurend aan. Droge ogen, lang leve de verloren dromen.

Saturday, April 14, 2012

Cirkels

We draaien er grote cirkels om heen. en net als ik weet jij, waar ik het over heb. Het begon met te doen alsof, we doen alsof en spelen voor spek en bonen. althans ik. Beschreven gevoel; het gevoel alsof je niet mee telt, geen deel uit maakt van de oneerlijke harde wereld. het liefste blijf ik zo klein en onzichtbaar mogelijk. maar jij betekend alles. dat compenseert zo mooi. Laat me met al mijn liefde, je een veilige wereld bouwen, zo eentje van lego waar alle blokjes voorzichtig en niet te hoog worden opgestapeld zodat het stevig staat. op die manier kunnen we er niet meer om heen.

En de antwoorden weten we, elk antwoord lijkt voor de hand liggend. we voelen elkaar aan maar toch blijven we ons afvragen waar we mee bezig zijn.

Wednesday, June 22, 2011

Troostweer

De wind fluisterde me alles in, ik lachte hardop
Alsof de wolken wilden zeggen 'het maakt niet uit, komt wel goed', alsof ik daar kon blijven. Wollig, grijs, met je voeten op de bank. Alles was volmaakt en zacht, de zonnestralen boorden gaten in die wattige wereld. Alsof de wind me omhelsde, alsof de zon naar me lachte. De wind vertelde me eindeloze verhalen, de regen tikte me wakker. Troosteloos, tegen het raam, ging mijn hoofd. Ik wist niet meer, wat ik weten moest. Waar ik het zoeken moest. De regen tikte mij alles voor, alsof de muziek al geschreven was voor ik bestond. Het was mooi, het pakte me. Het liet me niet meer los, dat troostweer.

Het perron

Ze lopen in de richting van het perron. Hun blikken dwalen onrustig langs bomen en daken, hun handen glijden in en uit jaszakken. Wanneer ze blijven staan, kruipen de centimeters een voor een tussen hen in. Zij kijkt op haar horloge, hij zoekt de trein die nog minstens acht minuten niet zal komen.

Seconden tikken weg. Elk om beurt openen ze hun mond, om hem vervolgens weer te sluiten. Hij kijkt naar haar terwijl zij aan de horizon naar woorden zoekt, haar ogen glijden langs zijn gezicht wanneer hij de tegels bestudeert. De woorden blijven uit.

Uiteindelijk maakt hij een grapje. Het ijs vertoont barsten, maar breekt niet. De spanning blijft ijzig in de lucht hangen. Hun monden lachen, maar hun ogen staan dof. Opnieuw wordt het stil.

Wanneer de trein het station binnenrijdt, komt de paniek. Haar ogen sperren zich open, zijn handen klampen zich vast. Te weinig tijd, te veel te zeggen. Ogen vullen zich met tranen, handen blijven krampachtig mouwen vasthouden. Hoofden worden geschud, troost wordt weggewuifd. Hij stapt op en rijdt het station uit, zij loopt langzaam weg. Het verdriet laat zijn voetafdrukken na op de tegels