Ze
lachtte. Naar mij, lachtte ze. Ze vertelt me haar leven, dat doet ze
altijd. Dan vertel ik haar mijn leven, en we lachen. Lachen met, of
zonder een traan. We lachten onze tanden bloot om elkaars flauwe,
levenloze grappen. We zetten twee keer thee, eten een appel. Droge ogen,
lang leve de verloren dromen. We maakten er een feest van, we dansten
op denkbeeldige muziek, de ballonnen waren grijs.
Het regent, zitten we dan in onze pyjamas op de bank. Gewoon omdat het
kan zolang we nog sarcastische grappen kunnen maken. Zijn we mooi? Vind
je ons mooi? We schilderen onszelf in jurken, trekken gekke hoofden en
leggen het vast op de gevoelige plaat. Kerstmis. Eeuwige foto's,
oneindig lang foto's. Gezellig, als het even kan. En we stoppen niet met
lachen om die ene opmerking van dat ene meisje, net zomin als de zon
stopt met schijnen. Een blik is genoeg, spreekt meer woorden dan de
koningin met kerst. Vallen doen we, opstaan. Handen genoeg hoor, ik heb
altijd een hand voor jou. Geef me je hand, en weg rennen. Buiten adem,
slappe lach, sterke tranen. kruipen, want dat voelt zo vreemd. Vreemd,
zijn we. 'Nee niet vreemd, gewoon bijzonder'. Let me love you dansjes,
party’s, overal confetti en een hoop liefde. Wij zijn bijzonder. Geen
mens zoals wij, want dat zou er één te veel zijn. Geven, praten. huilen,
dat houdt het spannend, zo'n vriendschap. Zo hier en daar misschien een
onuitgesproken gevoel, maar niets houdt ons tegen. Want wij zijn
bijzonder. Ik kan niet zonder, 'het geeft niet, ik snap je en dat
veranderd niet zomaar' zegt ze, 'door dik en dun'. En die zon maar
schijnen, de zon stopt niet met schijnen.
No comments:
Post a Comment